Elke Belgische financiële bron zegt dat je een noodfonds moet opbouwen, en heel wat daarvan vertellen je ook hoe groot dat moet zijn. Ze lopen wel vier keer zo ver uit elkaar. Voor iemand die € 2.300 netto per maand verdient, lopen de gepubliceerde aanbevelingen uiteen van € 6.900 tot € 27.600, en het AI-overzicht van Google stelt „drie tot zes maanden netto-inkomen of vaste kosten” voor, alsof dat hetzelfde is.

Het meningsverschil verdwijnt zodra je je afvraagt waar dat geld voor dient. Een noodfonds is bedoeld om dingen te betalen die kapotgaan, dus de omvang ervan hangt af van wat je uitgeeft en niet van wat je verdient: drie tot zes maanden aan uitgaven. De helft die geen enkele Belgische bron in cijfers uitdrukt, is wat het je kost om dat geld aan te houden, en daar kunnen we wel een bedrag op plakken.

Belgische bronnen lopen tot wel een factor vier uiteen wat betreft je noodfonds

Vraag negen Belgische bronnen hoe groot je buffer moet zijn, en de antwoorden lopen uiteen van € 6.900 tot € 27.600 voor iemand met hetzelfde inkomen. Het verschil tussen het laagste en het hoogste bedrag is € 20.700, en de jaren die je nodig hebt om dat verschil weg te werken, zijn jaren waarin je niet kunt beleggen.

We hebben € 2.300 genomen, omdat zowel Spaargids als HLN hun eigen voorbeelden op precies dat bedrag baseren. Dit is wat elke bron in augustus 2026 tegen dezelfde persoon zei.

BronWat wordt er aanbevolen?Voor € 2.300 netto per maand
Wikifin, de eigen website van de FSMA over financiële geletterdheidDrie tot zes netto maandsalarissen€ 6.900 tot € 13.800
BudgetwijzerDrie tot zes maanden aan je in kaart gebrachte vaste en variabele uitgavenVoor de meeste mensen minder dan € 13.800
CrelanTen minste drie keer je netto maandelijks inkomenvanaf € 6.900
Santander Consumer BankDrie tot zes keer je maandsalaris€ 6.900 tot € 13.800
Bank Van BredaZes keer je maandelijkse uitgavenOp basis van onkosten, geen salarisbedrag vermeld
Spaargids.beZes tot twaalf keer je netto maandsalaris, of zes tot twaalf keer je terugkerende maand- en jaarlijkse uitgaven€ 13.800 tot € 27.600
HLN, uitgegeven in samenwerking met SpaargidsDrie tot zes maanden nettomaandsalaris€ 6.900 tot € 13.800
Nibud, het Nederlandse nationale budgetinstituutEen bedrag uit de BufferBerekenaar, dat alleen de vervangingskosten dektNiet te vergelijken
Overzicht van de AI van GoogleDrie tot zes maanden aan nettowinst of vaste kostenHet maakt niet uit, ik weet het nog niet

Nibud staat op die lijst omdat Belgische websites hun lezers er steeds naar doorverwijzen, niet omdat het een Belgische organisatie is. Het is het Nederlandse nationale budgetinstituut, en met hun BufferBerekenaar krijg je een persoonlijk cijfer in plaats van een vuistregel.

Twee van die nummers komen van dezelfde uitgever

DPG Media publiceert zowel „zes tot twaalf keer je salaris” als „drie tot zes keer je salaris”, en Spaargids spreekt zichzelf binnen één artikel tegen.

Spaargids raadt je aan om zes tot twaalf keer je netto maandsalaris opzij te zetten, en rekent het even uit: bij € 2.300 netto per maand is dat € 13.800 tot € 27.600. Verderop in hetzelfde artikel staat dat als je erin slaagt om meer dan drie tot zes keer je netto maandsalaris opzij te zetten, je het bedrag dat daarboven komt kunt beleggen. Dus op de ene pagina wordt gezegd dat je zes tot twaalf keer je salaris moet aanhouden en dat je alles wat boven de drie tot zes keer je salaris uitkomt, moet beleggen.

HLN publiceert hetzelfde artikel, geschreven in samenwerking met Spaargids, en geeft als richtlijn drie tot zes maanden nettomaandsalaris; uitgaande van diezelfde € 2.300 komt dat neer op € 6.900 tot € 13.800. Beide bladen zijn eigendom van DPG Media. Dat is de helft van wat één uitgever aanbeveelt, op basis van hetzelfde bronmateriaal, voor dezelfde lezer.

De regels lopen uiteen omdat ze zijn afgestemd op twee verschillende rampen

Regels op basis van inkomen houden rekening met het verlies van je inkomen. Regels op basis van uitgaven houden rekening met dingen die kapotgaan. Als je die twee door elkaar haalt, krijg je die factor vier.

Nibud is het duidelijkst over deze verdeling. Hun buffer is bedoeld voor onverwachte, grotere en noodzakelijke uitgaven, en ze zeggen zelf dat je geld voor dalende of wisselende inkomsten apart moet sparen. Belgische sites gebruiken het cijfer toch maar. Budgetwijzer linkt rechtstreeks naar de BufferBerekenaar, Crelan haalt het aan, en het AI-overzicht van Google stuurt lezers naar de calculator. Dus krijg je als Belgische lezer een Nederlands cijfer voorgeschoteld dat juist is bedacht om het risico uit te sluiten waar jij je het meest zorgen over maakt.

De berekening op basis van uitgaven is de methode die aansluit bij wat een noodfonds daadwerkelijk dekt, en daarom gebruiken we die.

Welk geld hoort waar, op volgorde

Een noodfonds komt op de tweede plaats in een vaste volgorde: na eventuele dure schulden, en vóór zowel je specifieke spaardoelen als je beleggingen. Je vult elke laag eerst, voordat het geld naar de volgende stroomt, net als bij een waterval.

  1. Betaal dure schulden af.
  2. Zet een noodfonds op.
  3. Behalve de kortetermijndoelen die je al kunt noemen.
  4. Investeer wat er nog over is.

Het onderscheid dat echt het verschil maakt, zit tussen de tweede en derde laag. Een noodfonds is voor onverwachte uitgaven: een kapotte auto, een dringende reparatie aan je huis, een medische rekening die je niet had zien aankomen. Geld dat je opzij zet voor een auto, een verbouwing of een reis is een spaardoel, geen noodfonds. Door die twee door elkaar te halen, hebben veel mensen het gevoel dat hun buffer nooit groot genoeg is, en wordt ‘ik ben nog steeds aan het sparen voor mijn buffer’ de reden waarom ze nooit beginnen met beleggen.

Er is nog een derde grens die het vermelden waard is, omdat die mensen betreft die al begonnen zijn. Een beleggingsportefeuille is geen noodfonds. Een langetermijnportefeuille zorgt ervoor dat je decennialang weerbaar bent, terwijl een noodfonds je deze week nog geld oplevert. Dat zijn verschillende doelen en daarvoor heb je verschillende plekken nodig.

Door elk doel in een eigen pot te stoppen, houd je ze tijdens het sparen gescheiden. Stel, je hebt €500 per maand om opzij te zetten: €200 gaat naar een vakantiepot op een spaarrekening, €300 naar een langetermijnpot in indexfondsen. Elke pot heeft zijn eigen tijdshorizon, dus krijgt elke pot zijn eigen plekje. Elders gaan we dieper in op hoe je kortetermijnspaardoelen anders aanpakt dan langetermijndoelen.

Dure schulden gaan voor op de buffer

Als je nog een creditcardschuld of een consumentenkrediet hebt lopen, is het aflossen daarvan beter dan zowel sparen als beleggen. Een creditcard met een rente van 15% per jaar levert je een gegarandeerd rendement van 15% op elke euro die je terugbetaalt, en geen enkele indexportefeuille kan dat zo betrouwbaar evenaren. Dit gaat niet over je hypotheek, want dat is een heel ander verhaal.

Drie tot zes maanden aan uitgaven, en je baan bepaalt waar binnen die marge

Stel je noodfonds vast op drie tot zes maanden van je uitgaven, niet van je inkomen, en laat de zekerheid van je inkomen bepalen waar je precies binnen die marge uitkomt.

Uitgaven zijn belangrijker dan inkomen, want de buffer is er juist om je rekeningen te kunnen betalen terwijl er iets wordt gerepareerd of vervangen, en je salaris is niet hetzelfde als wat je rekeningen kosten. Als je je buffer afstemt op je inkomen, houd je te veel over als je een groot deel ervan spaart, en te weinig als je alles uitgeeft. Twee mensen met een netto-inkomen van € 2.300 en heel verschillende uitgaven hebben heel verschillende buffers nodig, en alleen de uitgavenregel houdt daar rekening mee.

De bandbreedte stopt bij zes maanden, omdat een noodfonds een vast doel is met een eindpunt, en niet iets dat je eindeloos kunt laten groeien. Als je het doel dat bij jouw situatie past al hebt bereikt, levert elke extra euro maar heel weinig extra zekerheid op en begint het je echt geld te kosten.

Hoe ver je binnen drie tot zes maanden komt, hangt meer af van je inkomen dan van je uitgaven. Iemand met een vast ambtenarencontract kan met drie maanden al een heel eind komen. Een werknemer met een vast contract zit daar ergens tussenin. Een freelance grafisch ontwerper, wiens opdrachten van de ene op de andere dag kunnen opdrogen, hoort bij zes, en wil misschien wel meer.

Het komt erop neer dat je moet doen wat jou een rustig slapend hoofd geeft. Het doel van een noodfonds is dat de ups en downs van je beleggingen je nauwelijks raken, dus als zes maanden aan uitgaven je dat gevoel niet geven, houd dan meer aan. Dat is een keuze, en daar hangt een prijskaartje aan. Yoran Brondsema, medeoprichter van Curvo, runt een bedrijf, beschouwt dat als riskanter dan een fulltime baan, en houdt zelf zes maanden aan uitgaven aan. Je kunt lezen hoe hij tot zijn eigen noodfonds is gekomen en wat hij waar bewaart.

De meeste mensen onderschatten hoeveel ze elke maand uitgeven

Als je vraagt wat ze per maand uitgeven, noemen de meeste mensen een bedrag dat ver onder hun werkelijke uitgaven ligt, omdat ze die onregelmatige kosten nooit in hun hoofd hebben. Jaarlijkse verzekeringspremies, vakanties, onderhoud, schoolgeld en autoreparaties zijn allemaal reële kosten, maar geen van deze komt in een doorsnee maand voor. In *Hangmatbelegger voor het leven*, het boek dat Curvo-medeoprichter Yoran Brondsema samen met Tim Nijsmans schreef, blijkt dat verschil ongeveer een kwart te bedragen: mensen die denken dat ze zo’n € 2.000 per maand uitgeven, zitten vaak dichter bij de € 2.600 als je de onregelmatige kosten meerekent.

De Belgische cijfers geven daar een ondergrens aan. Statbel, het Belgische bureau voor de statistiek, voert een enquête naar de huishoudbudgetten uit, en de editie van 2024 is de meest recente waarin bedragen in euro zijn gepubliceerd. De enquête omvat 5.696 huishoudens, gewogen naar de Belgische bevolking.

  • Een Belg die alleen woont, gaf € 32.187 per jaar uit, wat neerkomt op € 2.682 per maand.
  • Een huishouden van twee personen gaf € 47.083 per jaar uit, oftewel € 3.924 per maand.
  • Over alle huishoudens genomen bedroeg het gemiddelde € 44.270 per jaar en € 20.620 per persoon, wat neerkomt op € 1.718 per maand, omdat grotere huishoudens minder per persoon uitgeven.
  • Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen vormen veruit de grootste uitgavenpost, met € 13.536 per huishouden per jaar.

Als je die cijfers eens drie tot zes maanden doorrekent, krijg je een buffer. Voor een Belg die alleen woont en het gemiddelde verdient, is dat € 8.000 tot € 16.100. Voor een stel is dat € 11.800 tot € 23.500. Beide bedragen zijn berekend op basis van de cijfers van Statbel en vormen een uitgangspunt totdat je je eigen bedrag hebt.

Ze fungeren ook als controle op de regels van de banken. Volgens de uitgavenregel komt een alleenstaande Belg gemiddeld ergens tussen de € 8.000 en € 16.100 uit. Volgens de salarisregel van Spaargids ligt het maximum voor diezelfde persoon op € 27.600, wat meer is dan tien maanden aan al zijn uitgaven.

Drie manieren om je eigen nummer te vinden

Je kunt je uitgaven bijhouden via een app, aan de hand van je rekeningsaldi of door drie maanden in een spreadsheet in te voeren. Alle drie de manieren werken, en de moeite die je erin steekt, is ongeveer gelijk aan de nauwkeurigheid die je eruit haalt.

Sommige budgetapps maken verbinding met je bankrekeningen en sorteren alles voor je, wat het minste werk is. Als je je inkomen al weet, kun je in plaats daarvan je rekeningsaldi bijhouden: wat je saldo over een bepaalde periode is toegenomen, is wat je hebt gespaard, en de rest is wat je hebt uitgegeven. Of noteer je uitgaven van drie maanden handmatig in een spreadsheet. Dat kost wat meer moeite, maar het loont de moeite omdat je zo ziet welke abonnementen je niet meer gebruikt. Welke methode je ook kiest, kijk terug over een volledige twaalf maanden voordat je een bedrag vaststelt, want alleen dan heb je de jaarlijkse verzekeringspremies, de vakanties, het onderhoud en de schoolrekeningen mee.

Diezelfde oefening laat je zien wat je kunt investeren

Door je uitgaven in kaart te brengen om je financiële buffer te bepalen, kom je ook meteen achter je beleggingsbudget, want je spaarvermogen is je inkomen minus je uitgaven. Eén uur werk geeft je dus antwoord op beide vragen.

Die aftrek treft vooral zelfstandigen. Iemand die maandelijks € 5.000 factureert, gaat er al snel vanuit dat hij € 5.000 overhoudt om van te leven, te sparen en te beleggen. Maar na aftrek van btw, sociale premies, bedrijfskosten en belastingen blijft er misschien maar zo’n € 2.800 over. Als je beide bedragen eenmaal kent, kun je je maandelijkse beleggingsbudget goed berekenen.

Wat je noodfonds je kost

Drie tot zes maanden aan uitgaven op een spaarrekening zetten, is niet gratis. In de afgelopen dertig jaar behield €100 op een Belgische spaarrekening €75 aan koopkracht, terwijl diezelfde €100 in een wereldwijde index groeide tot €525 aan koopkracht.

Hier is de volledige vergelijking. Neem €100 in januari 1996 en kijk wat dat in december 2025 waard was, in koopkracht in plaats van in euro’s op een afschrift.

  • Onder een matras was het €51 waard, zonder rente en met dertig jaar Belgische inflatie als nadeel.
  • Op een Belgische spaarrekening was dat €75 waard. De rente die de banken uitkeerden, compenseerde een deel van het verlies, maar slechts een deel.
  • In de MSCI ACWI IMI, een wereldwijde index die zowel ontwikkelde als opkomende markten omvat, inclusief kleinere bedrijven, bedroeg de waarde €525.

Zelfs met rente verloor een Belgische spaarrekening in die dertig jaar een kwart van zijn koopkracht. De wereldwijde index zag zijn koopkracht meer dan vervijfvoudigen.

De drie cijfers zijn afkomstig uit twee primaire reeksen en onze eigen tool. De Belgische inflatie is de geharmoniseerde index van de consumentenprijzen van Eurostat. De spaarquote is het rendement dat Belgische huishoudens daadwerkelijk op hun spaarrekeningen hebben behaald, verzameld door de Nationale Bank van België en gepubliceerd door de Europese Centrale Bank. Het indexcijfer komt uit onze eigen Backtest-tool, waarbij nettodividenden zijn herbelegd en vóór fondskosten en belastingen. Je kunt dezelfde grafiek zelf ook maken.

De Belgische spaarrente is sinds 2003 in 84% van de maanden ten onder gegaan aan de inflatie

Tussen januari 2003 en december 2025 lag de Belgische inflatie in 232 van de 276 maanden boven de rente op een spaarrekening, wat neerkomt op 84% van die maanden. Volgens de geharmoniseerde consumentenprijsindex van Eurostat bedroeg de gemiddelde Belgische inflatie in die periode 2,45% per jaar, tegenover een gemiddelde spaarrente van 0,83% volgens de cijfers van de ECB.

Het ergste is dat dit pas onlangs is gebeurd. De inflatie in België kwam in oktober 2022 uit op 13,1%, terwijl de spaarquotes maar langzaam en met een flinke achterstand volgden.

Dit lijkt helemaal niet op een crash. Er is geen rode lijn die in één dag naar beneden duikt, en het saldo op je afschrift verandert nooit. Dat is precies waarom mensen het onderschatten: het getal op het scherm blijft hetzelfde, terwijl de koopkracht ervan afneemt. We gaan in een apart artikel dieper in op de koopkracht van je spaargeld.

Die kosten zijn een meerprijs, en die is het zeker waard voor de buffer die je echt nodig hebt

Een noodfonds is een verzekering, geen belegging, en het rendement dat je laat liggen, is de premie die je ervoor betaalt. Je neemt genoegen met een lager rendement in ruil voor gemoedsrust en geld waar je nog dezelfde dag over kunt beschikken. Op de dag dat er onverwachts een rekening van € 1.500 binnenkomt, is de beschikbaarheid op dezelfde dag voor jou veel meer waard dan een paar procent per jaar.

Het is de moeite waard om die extra kosten te betalen voor de financiële buffer die je eigen situatie vereist. Voor het geld dat boven dat streefbedrag uitkomt, is het niet meer de moeite waard.

Zet je noodfonds op een gereguleerde Belgische spaarrekening

Een gereguleerde Belgische spaarrekening is de ideale plek voor een noodfonds, en dankzij de fiscale regeling is de rente op die buffer vrijwel zeker belastingvrij. Dit geld hoort niet thuis op de aandelenmarkt, en al helemaal niet in crypto. Het gaat er juist om dat je er dezelfde dag nog over kunt beschikken, dus alles wat de toegang vertraagt, voldoet niet aan de enige eis waaraan dit geld moet voldoen.

Je geld is ook goed beschermd. Spaargeld bij een bank met een vergunning in België wordt tot € 100.000 per persoon per bank beschermd door het Garantiefonds voor financiële diensten, dat deel uitmaakt van het Belgische federale ministerie van Financiën. Elk ander land in de Europese Economische Ruimte heeft zijn eigen regeling met hetzelfde maximum van € 100.000. Dat is ruimschoots genoeg voor elk noodfonds.

Dan is er nog de belastingregel, en die is echt typisch Belgisch. In België heb je gereglementeerde en niet-gereglementeerde spaarrekeningen, en de meeste rekeningen bij klassieke Belgische banken zijn gereglementeerd. Op een gereglementeerde rekening stelt de FOD Financiën de eerste €1.020 aan rente per persoon vrij van bronbelasting, en rekent hij 15% aan op rente daarboven in plaats van 30%. Die bedragen gelden voor het inkomstenjaar 2025 en het inkomstenjaar 2026.

De vrijstelling geldt voor de belastingplichtige, niet voor de rekening. In de eigen richtlijnen van de belastingdienst voor het aanslagjaar 2026 staat dat gehuwde en wettelijk samenwonende partners elk afzonderlijk recht hebben op een vrijstelling van € 1.020, dus een stel kan € 2.040 aan rente vrijstellen, of ze nu één gezamenlijke rekening hebben of twee.

Om te zien wat dat precies inhoudt, nemen we een spaarrekening met een rente van 1,5% als voorbeeld. Bij dat percentage komt € 1.020 aan rente overeen met ongeveer € 68.000 aan spaargeld. Dat is € 1.020 gedeeld door 1,5%, en geen officieel gepubliceerd cijfer. Voor bijna elk noodfonds in België is de rente belastingvrij.

Niet-gereguleerde rekeningen werken anders: 30% bronbelasting vanaf de eerste euro aan rente, en rekeningen bij buitenlandse banken en brokers vallen meestal onder die regeling. Op een buitenlandse rekening wordt niets aan de bron ingehouden, dus geef je de rente zelf aan en betaal je de 30% via je belastingaangifte. Een hoger nominaal tarief kan je uiteindelijk minder opleveren dan een lager tarief. De rentepercentages van Belgische spaarrekeningen lopen genoeg uiteen om een uurtje vergelijken de moeite waard te maken, en beschikbaarheid en veiligheid gaan nog steeds boven het hoogste rentepercentage.

Een lopende rekening is daar niet de plek voor

Zet ongeveer twee maanden aan uitgaven op je betaalrekening en de rest van je buffer op een spaarrekening, want alleen de spaarrekening levert rente op. Dat is de verdeling die Yoran, medeoprichter van Curvo, zelf hanteert. Zo houd je genoeg geld bij de hand om vandaag uit te geven, en voorkom je dat de rest ongebruikt blijft staan.

Wat dacht je van een termijndeposito of een geldmarkt-ETF?

Zowel termijndeposito’s als geldmarkt-ETF’s leveren meer op dan een spaarrekening, maar ze slagen allebei niet voor de enige test waar een noodfonds aan moet voldoen.

Bij een termijndeposito zit je geld voor een vaste periode vast. Dat is precies waarom het meer opbrengt, en precies waarom het niet als buffer kan dienen, want je weet niet wanneer je het geld nodig hebt. Een spaarladder helpt daarbij en maakt het wat ingewikkelder, en in België wordt een termijndeposito vanaf de eerste euro aan rente met 30% belast.

Geldmarkt-ETF’s bevatten schuldpapier met een zeer korte looptijd en volgen doorgaans de €STR, de door de Europese Centrale Bank gepubliceerde korte rente in euro’s. Ze kunnen interessant zijn als de rente sneller stijgt dan dat banken hun spaarrente aanpassen. Je moet ze via een makelaar kopen en verkopen, wat de toegang vertraagt en extra makelaarskosten en Belgische beursbelasting met zich meebrengt. Voor een spaardoel op korte termijn kan beide een goede keuze zijn. Voor een noodfonds is een gereguleerde spaarrekening de betere keuze.

Je noodfonds is op, en nu krijgt het geld een andere bestemming

Een noodfonds is het enige spaardoel dat echt af is, dus zodra je het hebt bereikt, krijgt de volgende euro die je spaart een andere bestemming. Dit is precies wat mensen het meeste moeite kost. Veel mensen gebruiken die buffer onbewust als excuus om nooit te beginnen met beleggen, en zo gaan er twee, drie of vier jaar voorbij met steeds weer dezelfde zin: „Ik ben nog steeds aan het sparen voor mijn buffer.“

Je hoeft ook niet te wachten tot de buffer helemaal vol is. Zodra je er bijna bent, verdeel je je maandelijkse spaargeld dan zo dat een deel de buffer aanvult en een deel naar je beleggingen gaat. Zo begin je nu al met deze gewoonte in plaats van over achttien maanden, en is de buffer toch nog op tijd vol.

Bekijk je doel eens per jaar opnieuw, want je situatie verandert. Kinderen, een huis, een nieuwe baan, hogere uitgaven: al die dingen beïnvloeden het bedrag dat je op je rekening wilt hebben.

De relevante vraag is nooit of je iets anders mag hebben dan indexfondsen. Het gaat erom welke rol elk onderdeel speelt. Een spaarrekening is bedoeld voor je noodfonds en je kortetermijndoelen. Een langetermijnportefeuille is bedoeld om over tientallen jaren vermogen op te bouwen. Zolang elk onderdeel zijn eigen taak vervult, hoeft geen van beide de taak van de ander over te nemen.

Je noodfonds heeft een maximum, en het geld dat daarboven komt, heeft een andere bestemming. Geld dat je de komende vijf jaar of langer niet nodig hebt, kun je voor de lange termijn beleggen.

Bij Curvo beantwoord je een paar vragen over je doelen en je risicobereidheid, waarna je een portefeuille krijgt met wereldwijd gespreide indexfondsen die daarbij passen. De kosten bedragen 1% per jaar bij een portefeuille onder de € 50.000 en dalen naarmate je portefeuille groeit. Je noodfonds blijft gewoon waar het is. Lees meer over hoe we beleggen.

Als je je noodfonds opmaakt, betekent dat dat het zijn werk heeft gedaan

Op de dag dat je je noodfonds moet aanspreken, is er niets misgegaan. Dat betekent juist dat het systeem precies doet waarvoor je het hebt opgezet. Verlaag daarna je maandelijkse inleg een tijdje en gebruik dat geld om de buffer weer aan te vullen. Ga vervolgens weer terug naar je normale plan zodra het doelbedrag weer is bereikt.

Als je buffer niet voldoende was en je toch beleggingen moet verkopen, verkoop dan alleen wat je nodig hebt. Beginners hebben de neiging om in termen van ‘alles of niets’ te denken, terwijl meestal maar een deel nodig is. Alles wat belegd blijft, blijft groeien. Dit is een van de punten waarop een indexfonds beter is dan onroerend goed: je kunt tijdens de handelsuren precies het bedrag verkopen dat je nodig hebt, terwijl een huis in zijn geheel wordt verkocht en dat maanden duurt.

Als je inkomen daalt, kan je bijdrage mee dalen. Je baan kwijtraken, als zelfstandige aan de slag gaan, minder gaan werken, ouderschapsverlof opnemen: het zijn allemaal redenen om een tijdje minder in te leggen, en een maand niet beleggen is geen ramp. Even pauzeren mag. Zet een herinnering om weer te beginnen, want daar gaat het meestal mis. Mensen pauzeren ‘even’ en dan komt de gewoonte nooit meer terug.

Als er geld binnenkomt in plaats van weggaat, loop dan de waterval nog eens door voordat je er meer van investeert. Je noodfonds moet misschien groter zijn dan toen je het doel stelde, en misschien heb je sindsdien ook nog wat kortetermijndoelen toegevoegd. De volgorde verandert niet alleen omdat het bedrag is veranderd.

Conclusie: hoe groot moet je noodfonds zijn, en wat kost het je?

Belgische bronnen lopen tot wel een factor vier uit elkaar wat betreft je noodfonds, omdat ze uitgaan van twee verschillende rampscenario’s zonder dat ze dat zeggen. Zodra je besluit dat het geld bedoeld is om rekeningen te betalen terwijl iets wordt vervangen, geldt de volgende regel: drie tot zes maanden van wat je uitgeeft, waarbij de zekerheid van je inkomen bepaalt waar je binnen die marge valt. Een ambtenaar zit rond de drie, een freelancer op zes of meer.

Wat de banken niet vertellen, is wat die buffer kost. In de afgelopen dertig jaar behield €100 op een Belgische spaarrekening €75 aan koopkracht, terwijl €100 in een wereldwijde index groeide tot €525. Dat verschil is de prijs die je betaalt voor geld dat je vandaag kunt gebruiken, en het is de moeite waard om dat te betalen voor drie tot zes maanden aan uitgaven. Als je dat bedrag weet, voorkom je dat je nog eens tien jaar lang vier keer zoveel aanhoudt als je nodig hebt, en geen van de Belgische sites die een buffer aanbevelen, noemt daar een concreet bedrag voor.

Bereken dus wat je daadwerkelijk uitgeeft, stel je doel vast en geef het geld dat daarboven komt een andere bestemming. Met Curvo kost dat tweede deel maar een paar minuten om in te stellen en daarna draait het vanzelf, terwijl je buffer precies blijft waar hij hoort.