Als je zoekt op "BEL 20", vraag je je waarschijnlijk af of het een goede investering is. Het is tenslotte de belangrijkste aandelenindex van België. Deze index volgt 20 grote bedrijven die je kent, zoals KBC, AB InBev en Proximus.
Hier is de ongemakkelijke waarheid: de BEL 20 heeft minder rendement opgeleverd dan bijna alle grote wereldwijde indexen. Sinds 1994 heeft hij ongeveer 6,6% per jaar opgeleverd. De MSCI World? Ongeveer 8%. De S&P 500? Bijna 11%.
In dit artikel vergelijken we de BEL 20 met deze indexen en leggen we uit waarom je beter wereldwijd kunt spreiden in plaats van alles op België in te zetten.
Wat is de BEL 20?
De BEL 20 is de belangrijkste beursindex van België. Hij bestaat sinds 1991 en volgt de 20 grootste bedrijven die genoteerd staan op Euronext Brussel.
Om opgenomen te worden, moeten bedrijven aan strenge regels voldoen. Een belangrijke regel is de free float: er moeten genoeg aandelen beschikbaar zijn om op de markt te verhandelen. Interessant is dat een bedrijf niet per se zijn hoofdkantoor in België hoeft te hebben. Het moet gewoon een belangrijke rol spelen in de Belgische economie.
Je zult veel van deze namen herkennen. Denk maar aan KBC, Proximus, Solvay of AB InBev. Samen vertegenwoordigen ze belangrijke sectoren van de Belgische economie, zoals het bankwezen, telecommunicatie, de chemische industrie en de bierindustrie. Op het moment van schrijven zijn dit de 20 bedrijven die deel uitmaken van de BEL 20:
| BEL 20-bedrijven | |
|---|---|
| AB InBev (Bier en drankjes) | KBC Groep (Bank- en financiële diensten) |
| Ackermans & van Haaren (Holdingmaatschappij) | Lotus Bakeries (Voedingsmiddelen) |
| Aedifica (Gezondheidszorgvastgoed) | Melexis (Halfgeleiders) |
| Ageas (Verzekeringen) | Montea (Logistiek vastgoed) |
| Argenx (Biotechnologie) | Sofina (Investeringsmaatschappij) |
| Azelis Group (distributie van speciale chemicaliën) | Solvay (Chemicaliën) |
| Cofinimmo (Vastgoed) | Syensqo (Geavanceerde materialen) |
| D'Ieteren Group (Automotive en consumentendiensten) | UCB (geneesmiddelen) |
| Elia Group (Elektriciteitstransmissie) | Umicore (Materiaaltechnologie) |
| Groupe Bruxelles Lambert (GBL) (Investeringsmaatschappij) | Warehouses De Pauw (WDP) (Logistiek vastgoed) |
Kortom, de BEL 20 wordt vaak gezien als een momentopname van "de Belgische aandelenmarkt".
Historische rendementen van de BEL 20
Hoe heeft de BEL 20 het dan eigenlijk gedaan? Historisch gezien waren de rendementen bescheiden. Sinds 1994 heeft de BEL 20 een gemiddeld rendement van ongeveer 6,6% per jaar opgeleverd. Als je toen € 10.000 had belegd, zou je vandaag ongeveer € 76.000 hebben. Dat komt door de rente op rente, en het betekent dat je geld in ongeveer 30 jaar meer dan zes keer zo groot is geworden. Dat is niet slecht.
Als je het met andere markten vergelijkt, wordt het verschil duidelijk. In de volgende paragrafen vergelijken we de BEL 20 met andere belangrijke indexen en leggen we uit waarom dat zo zou kunnen zijn.
BEL 20 vs MSCI World
In dezelfde periode leverde de MSCI World-index een rendement op van ongeveer 8% per jaar. Dat klinkt misschien niet veel hoger dan de 6% van de BEL 20, maar over een periode van tientallen jaren maakt dat een groot verschil.
Als je in 1994 € 10.000 had belegd, zou je vandaag ongeveer € 124.000 hebben met de MSCI World, tegenover zo’n € 76.000 met de BEL 20. Kortom: Belgische aandelen blijven achter bij het wereldwijde gemiddelde. De MSCI World is een wereldwijde aandelenindex die bestaat uit ongeveer 1.500 bedrijven uit 23 ontwikkelde landen, waaronder de VS, Europa, Japan en Australië. Je geld wordt verspreid over tientallen landen en sectoren. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van de op België gerichte BEL 20.
Het is geen verrassing dat de MSCI World beter heeft gepresteerd. Die extra 2% aan rendement lijkt misschien niet veel, maar over een periode van 30 jaar heeft dat het eindresultaat bijna verdubbeld.
De reden is simpel. De MSCI World omvat veel van ’s werelds grootste en snelst groeiende bedrijven die de BEL 20 volledig links laat liggen. Door alleen in België te beleggen, sluit je 99,7% van de wereldwijde aandelenmarkt uit. De BEL 20 mist ook blootstelling aan hele sectoren. Technologie is een goed voorbeeld. Daar is in België maar heel weinig van te vinden. De MSCI World omvat daarentegen bedrijven als Microsoft, Apple, Google en Amazon, bedrijven die de afgelopen decennia een groot deel van de groei op de aandelenmarkt hebben aangedreven.
De conclusie is duidelijk. Wereldwijde spreiding heeft zijn vruchten afgeworpen. Op de lange termijn leverde de MSCI World een hoger rendement op met minder risico dan wanneer je alleen in Belgische aandelen zou beleggen. Als je je alleen tot de BEL 20 beperkt, loop je een groot deel van de wereldwijde groei mis.
BEL 20 vs S&P 500
De S&P 500 is de belangrijkste Amerikaanse aandelenindex. Hij volgt 500 van de grootste bedrijven in de Verenigde Staten en wordt vaak gezien als een goede graadmeter voor de Amerikaanse economie. Dat is belangrijk, want de VS vertegenwoordigt alleen al ongeveer 60% van de wereldwijde aandelenmarkt.
Hoe verhoudt hij zich dan tot de BEL 20? Kort gezegd: hij heeft het veel beter gedaan. In de afgelopen decennia (ongeveer van 1994 tot nu) leverde de S&P 500 gemiddeld 10,9% per jaar op. Dat is ruim boven de 6,6% van de BEL 20. Op de lange termijn wordt dat verschil enorm.
De belangrijkste reden is wat er in de index zit. De S&P 500 zit vol met wereldwijde marktleiders zoals Apple, Microsoft, Google, Amazon en NVIDIA. Veel van deze bedrijven zijn actief in snelgroeiende sectoren zoals technologie en gezondheidszorg. Deze bedrijven hebben een groot deel van de wereldwijde groei op de aandelenmarkten voor hun rekening genomen.
De BEL 20 heeft geen van deze grote jongens. Hij is meer gericht op banken, telecombedrijven en brouwerijen, sectoren die meestal wat langzamer groeien. Schaalgrootte en diversificatie spelen ook een rol. Met 500 bedrijven uit allerlei sectoren is de S&P 500 veel breder dan een index met maar 20 Belgische aandelen. Als de ene sector het moeilijk heeft, kan een andere het gat opvullen. De BEL 20 is kleiner, meer geconcentreerd en meer blootgesteld aan lokale economische kwesties.
Voor een Belgische belegger is de conclusie duidelijk. Historisch gezien heeft de S&P 500 de BEL 20 ruimschoots overtroffen. Hij bood een hogere groei, aangedreven door innovatie en geglobaliseerde Amerikaanse bedrijven. Het nadeel is dat hij voor 100% op de VS gericht is, dus nog steeds niet wereldwijd gespreid is, maar hij speelde wel duidelijk in op de belangrijkste groeimotor ter wereld.
BEL 20 vs de Duitse DAX
De DAX is de belangrijkste aandelenindex van Duitsland. Hij volgt 40 van de grootste beursgenoteerde bedrijven in Frankfurt (tot 2021 waren dat er 30). Als buurland van België en de grootste economie van Europa leent Duitsland zich natuurlijk voor een vergelijking met de BEL 20. Beide zijn Europese indexen die zich op één land richten. Het grote verschil zit hem in de schaal. De Duitse economie en aandelenmarkt zijn veel groter. De DAX bevat industriële zwaargewichten zoals Siemens, BMW, Volkswagen, Bayer en BASF. Veel van deze bedrijven verkopen hun producten wereldwijd.
Historisch gezien heeft de DAX het beter gedaan dan de BEL 20. Sinds de start in 1988 leverde hij gemiddeld iets minder dan 8,0% per jaar op. Dat is duidelijk hoger dan het langetermijnrendement van de BEL 20, dat rond de 6,6% ligt. Je kunt dit verschil in de loop van de tijd goed zien. Vanaf het midden van de jaren negentig leverde de DAX jaarlijks hoge eencijferige rendementen op, terwijl de BEL 20 dichter bij de midden eencijferige cijfers bleef. Als je twintig jaar geleden hetzelfde bedrag in beide indexen had geïnvesteerd, zou de DAX vandaag de dag aanzienlijk meer waard zijn.
De redenen zijn vrij duidelijk. De Duitse economie is meer gediversifieerd en sterk exportgericht. DAX-bedrijven zijn vaak wereldwijd actief en profiteren van de vraag in sectoren als auto’s, machinebouw en chemie. De BEL 20 heeft die breedte simpelweg niet. Er ontbreken grote spelers uit de autosector en de blootstelling aan snelgroeiende sectoren is erg beperkt.
Dat gezegd hebbende, blijft de DAX een index voor één land. Net als de BEL 20 is hij gevoelig voor lokale factoren, zoals Europese regelgeving, valuta-effecten en regionale recessies. Tijdens crises zoals die van 2008 daalden beide indexen fors. De DAX herstelde zich in sommige periodes sterker, deels dankzij zijn blootstelling aan de industriële en technologiesector.
Voor Belgische beleggers komt het hierop neer: de Duitse aandelenmarkt heeft historisch gezien beter gepresteerd dan de Belgische, met ongeveer 8,0% tegenover 6,6% per jaar. Maar de DAX is nog steeds geen vervanging voor wereldwijde spreiding. Op de lange termijn blijft een wereldwijde index de evenwichtigere keuze.
BEL 20 vs Curvo Growth
Tot nu toe hebben we de BEL 20 vergeleken met andere aandelenindexen. Laten we hem nu eens vergelijken met een echte beleggingsportefeuille: de Curvo Growth-portefeuille.
De Growth-portefeuille is samengesteld met het oog op groei op de lange termijn door middel van maximale spreiding. Hij is niet gebonden aan één land of één index. In plaats daarvan belegt hij in twee brede Vanguard-indexfondsen die samen bijna de gehele wereldwijde aandelenmarkt bestrijken.
Concreet investeert de portefeuille in:
- FTSE Developed All Cap Choice-index, die ontwikkelde markten zoals de VS, Europa en Japan dekt.
- FTSE Emerging All Cap Choice-index, die opkomende markten zoals China, India en Brazilië dekt.
Alles bij elkaar betekent dat een blootstelling aan meer dan 7.500 bedrijven in zo’n 40 landen. Grote bedrijven, kleine bedrijven, technologie, gezondheidszorg, financiën, industrie: het zit er allemaal in. Dit lost direct de belangrijkste zwakke punten van de BEL 20 op. De Growth-portefeuille is wereldwijd, niet alleen op België gericht. Hij bestrijkt alle sectoren. En hij is niet afhankelijk van slechts 20 bedrijven.
Belangrijk is dat je België niet uitsluit. Belgische bedrijven maken nog steeds deel uit van de portefeuille, maar dan in de juiste verhouding. België vertegenwoordigt slechts ongeveer 0,3% van de wereldwijde aandelenmarkt, dus bedrijven als AB InBev, KBC en Solvay zitten er nog steeds in, maar ze domineren je portefeuille niet meer. Je brengt het aandeel van België gewoon in evenwicht met de rest van de wereld.
Als het om rendement gaat, is de vergelijking duidelijk. Een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille heeft in het verleden ongeveer 8% per jaar opgeleverd, wat overeenkomt met indexen als de MSCI World of de FTSE All-World. Dat is hoger dan de 6,6% van de BEL 20, en dankzij de spreiding wordt dit rendement met minder risico behaald.
Er is ook een belangrijk fiscaal voordeel voor Belgische beleggers. De Curvo Growth-portefeuille maakt gebruik van accumulerende fondsen, die dividenden automatisch herbeleggen. Dat betekent dat je de Belgische dividendbelasting van 30% vermijdt die je normaal gesproken zou betalen bij uitkerende ETF’s die de BEL 20 volgen. Over tientallen jaren loopt dat verschil flink op.
Kortom: BEL 20 versus Curvo Growth is geen eerlijke vergelijking. De Growth-portefeuille wint op het gebied van diversificatie, historisch rendement en fiscale efficiëntie. Hij is zo samengesteld dat je geld op de lange termijn de beste kans krijgt om te groeien, zonder alles op één klein land in te zetten.
Als je streeft naar groei op de lange termijn, doet een wereldwijd gespreide portefeuille zoals die van Curvo precies wat de BEL 20 niet kan.
Nadelen van de BEL 20
Voordat we afronden, laten we even kort de belangrijkste nadelen van een belegging in alleen de BEL 20 op een rijtje zetten. De meeste daarvan zullen je inmiddels bekend voorkomen na het lezen van de bovenstaande vergelijkingen.
Je zet in op één enkel land
Als je alleen in de BEL 20 investeert, hangt al je geld af van België. Als de Belgische economie vertraagt of te maken krijgt met politieke of economische problemen, heeft je hele portefeuille daar last van. Dit is een typisch geval van 'home bias'. Het voelt veilig om dicht bij huis te investeren, maar eigenlijk verhoogt het het risico. Wereldwijd beleggen spreidt dat risico over veel landen, in plaats van alles op één kaart te zetten.
Er is geen fiscaal voordelige BEL 20 ETF
Op dit moment is er maar één ETF die de BEL 20 volgt, namelijk de Amundi BEL 20 ETF (FR0000021842). Die is met 0,50% per jaar aan de dure kant. Bovendien is het een uitkerend fonds, wat betekent dat het dividend uitkeert. Voor Belgische beleggers worden die dividenden telkens tegen 30% belast.
Accumulerende fondsen, die je dividenden automatisch herbeleggen, zijn meestal veel voordeliger qua belastingen in België. Helaas is er geen accumulerende BEL 20 ETF. Op de lange termijn zorgt die dividendbelasting ervoor dat je rendement steeds wat lager uitvalt.
België is maar een klein stukje van de wereld
België vertegenwoordigt ongeveer 0,3% van de wereldwijde aandelenmarkt. Door voornamelijk in de BEL 20 te beleggen, laat je 99,7% van de beleggingskansen wereldwijd links liggen. Veel snelgroeiende bedrijven en hele sectoren bestaan simpelweg niet in België. Denk aan wereldwijde techbedrijven, grote innovators in de gezondheidszorg of grote Aziatische fabrikanten. Zoals we hebben gezien, hebben wereldwijde indexen hogere rendementen opgeleverd, wat suggereert dat Belgische beleggers die zich op de BEL 20 richten, geld hebben laten liggen.
Je investeert in slechts 20 bedrijven
Twintig bedrijven is maar heel weinig diversificatie. Elk bedrijf heeft veel gewicht, dus slecht nieuws bij slechts één of twee bedrijven kan de hele index naar beneden halen. Dit concentratierisico is groot. Sommige sectoren domineren de BEL 20, zoals financiën en grondstoffen, terwijl andere nauwelijks vertegenwoordigd zijn, met name technologie. Vergelijk dat eens met de 500 bedrijven van de S&P 500, en het wordt duidelijk hoe beperkt de BEL 20 eigenlijk is.
Simpel gezegd: de BEL 20 is klein, geconcentreerd en fiscaal niet efficiënt. Op zichzelf is het een kwetsbare manier om op lange termijn te beleggen, zeker nu er wereldwijde alternatieven zijn.
Conclusie
De BEL 20 laat zien hoe de Belgische aandelenmarkt ervoor staat, maar zoals we hebben gezien, is hij niet echt gemaakt voor groei op de lange termijn. Met maar 20 bedrijven en een gemiddeld rendement van ongeveer 6,6% per jaar, blijft hij flink achter bij de wereldwijde indexen. Dat verschil wordt met de jaren alleen maar groter en kan je tienduizenden euro's aan gemiste opbrengsten kosten.
Het goede nieuws? Je hoeft niet te kiezen tussen België en de rest van de wereld. Een wereldwijd gespreide portefeuille bevat Belgische aandelen in de juiste verhouding, ongeveer 0,3% van je bezit, terwijl je toegang krijgt tot duizenden bedrijven in tientallen landen. Zo vind je een evenwicht tussen vertrouwdheid en slim beleggen.
Als je je vermogen op lange termijn wilt laten groeien, denk dan wereldwijd. Begin met een breed indexfonds of een gediversifieerde portefeuille die je risico spreidt en groei benut, waar die zich ook voordoet. Je toekomstige zelf zal je dankbaar zijn dat je verder kijkt dan de Belgische grenzen.