Elke bank en elke broker publiceert dezelfde lijst met beleggingsrisico’s. Marktrisico, koersrisico, renterisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico, valutarisico, inflatierisico. Het leest als een waarschuwingslabel, en als je je nu al zorgen maakt dat je al je geld kwijt raakt, komt het ook zo over.

Het probleem is dat de lijst helemaal geen rangorde aangeeft. Er zijn twee vragen die dat wel doen: of je wordt beloond voor het nemen van een risico, en of je dat risico kunt wegnemen. Slechts één risico op de lijst levert je iets op. De meeste andere kun je gewoon helemaal wegnemen.

Je kunt niet elk risico uitsluiten als je belegt, en daar ging het ook nooit om. Wat je wel kunt doen, is de verkeerde risico’s vermijden: te veel inzetten op één aandeel, één sector, één land of één fondsbeheerder.

De risico’s van beleggen, en wat je ervan moet denken

Slechts één van de risico’s van beleggen levert je iets op als je het neemt. De meeste andere risico’s kun je wegnemen, en twee ervan loop je hoe dan ook, of je nu belegt of niet. Hier is de conclusie voor elk risico, beoordeeld aan de hand van de twee vragen.

RisicoKrijg je er geld voor?Kun je het eraf halen?
MarktrisicoJa. Dat is de enige waarvoor je betaald krijgt.Nee, en als je het verwijdert, verdwijnt de return-instructie ook.
Bedrijfsspecifiek risicoNee.Ja, helemaal, door de hele markt in handen te hebben.
ConcentratierisicoNee.Ja, door de hele wereld te omarmen in plaats van maar een stukje ervan.
GedragsrisicoNee.Ja, door de beslissingen weg te laten in plaats van je voor te nemen je anders te gedragen.
LiquiditeitsrisicoNee.Ja, door te kiezen voor beursgenoteerde aandelen die veel worden verhandeld.
TegenpartijrisicoNee.Ja, structureel gezien, via wie de middelen in handen heeft.
ValutarisicoNee.In principe wel, maar afdekken kost geld.
RenterisicoEen beetje, in de opbrengst.Ja, door geen obligaties aan te houden, waardoor je het ene risico inruilt voor het andere.
KredietrisicoJa, in het rendementsverschil.Vooral door het risico te spreiden over veel verschillende emittenten.
InflatierisicoNee, en die kosten heb je sowieso, of je nu investeert of niet.Nee, maar je kunt er wel vandoor gaan.

Marktrisico is het enige risico dat je geld oplevert

Marktrisico is het risico dat de hele markt daalt, en het is het enige risico waarvoor beleggers worden beloond. Haal dat weg, en het rendement verdwijnt mee. Sommige banken maken een onderscheid tussen marktrisico en prijsrisico. Het komt op hetzelfde neer: de waarde van wat je bezit kan dalen, en geen enkele vorm van diversificatie kan dat tegenhouden.

Sinds 1994 heeft de MSCI All Country World IMI-index een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar opgeleverd. Die index omvat meer dan 8.000 bedrijven in ruim 40 landen, dus je kunt je beleggingen bijna niet meer spreiden dan dit. Dat rendement van 8,2% kwam niet in een rechte lijn tot stand. Tijdens de dotcom-crash in 2000, 2001 en 2002 daalde de index flink. Wie toen verkocht, maakte het verlies definitief. Wie het volhield, zag de index zich weer herstellen.

Tijd is wat marktrisico omzet in rendement. De MSCI World-index, die zo’n 1.500 bedrijven in ontwikkelde markten omvat, heeft gegevens die teruggaan tot 1970. Als je op een willekeurig moment koopt en precies een jaar later verkoopt, eindig je in ongeveer 26% van de gevallen met verlies. Over een periode van vijf jaar daalt dat naar ongeveer 17%. Over een periode van twintig jaar is er geen enkele startdatum in de geschiedenis van de index die op een verlies uitliep. Neem het slechtst mogelijke moment om te beginnen: de absolute piek van de dotcom-zeepbel in maart 2000. Binnen enkele weken volgde een crash van meer dan 40%, en zeven jaar later een financiële crisis. Twintig jaar later stond die belegger weer in de plus. Die cijfers gelden voor iemand die alles in één keer heeft belegd; als je je aankopen over een langere periode spreidt, worden de resultaten nog beter.

Daarom is er geen rendement zonder risico. Je betaalt voor het marktrisico, en dat kun je niet wegwerken. Hoeveel risico je neemt, hangt af van je beleggingshorizon.

Bedrijfsspecifiek risico is het risico waarvoor je niet wordt betaald

Bedrijfsspecifiek risico is het risico dat één bedrijf failliet gaat, en niemand betaalt je een premie om dat risico te dragen. Fraude, slecht management, een mislukt product, een technologie die achterhaald raakt: de oorzaken lopen uiteen, maar de uitkomst is altijd hetzelfde.

Lernout & Hauspie ging in 2001 ten onder na boekhoudfraude. General Motors ging in 2009 failliet, en Kodak volgde in 2012, ten onder gegaan door de opkomst van de digitale fotografie. Alle drie leken ze ooit onverslaanbaar, en in alle gevallen verloren de aandeelhouders alles. Als dat aandeel het enige was wat je bezat, was het een ramp. Als je een wereldwijd indexfonds had, merkte je er nauwelijks iets van.

De markt beloont je niet voor het nemen van dit risico, want je had het gratis kunnen vermijden. Dit is het argument om de hele markt te kopen in plaats van er selectief aandelen uit te kiezen, en daarom hebben we Curvo ontwikkeld als alternatief voor het selecteren van aandelen. Bedrijfsspecifiek risico levert niets op, en je kunt het helemaal elimineren.

Concentratierisico is een bedrijfsspecifiek risico op portefeuilleniveau

Concentratierisico is hetzelfde risico dat je niet ziet als je het van een afstand bekijkt. Het zit op vier plekken verstopt: één aandeel, één sector, één land en één fondsbeheerder. Alles in één aandeel stoppen is het meest voor de hand liggende voorbeeld, en de andere drie zie je makkelijker over het hoofd.

Belgen hebben vaak last van ‘landconcentratie’. Een tracker op de BEL 20 voelt vertrouwd aan voor een Belg, omdat je AB InBev, KBC, UCB en Lotus Bakeries herkent. Maar de BEL 20 vertegenwoordigt minder dan 0,3% van de wereldwijde aandelenmarkt. Je zou dus meer dan 99% ervan overslaan, inclusief hele sectoren waar België nauwelijks vertegenwoordigd is, zoals software, e-commerce en entertainment.

Sectorconcentratie is verraderlijker, omdat het aanvoelt als expertise. Werken in de farmaceutische sector geeft je geen voorsprong bij het beleggen in farmaceutische aandelen, want alles wat algemeen bekend is, zit al in de koers verwerkt. Het verdubbelt wel je risico: als de sector het moeilijk heeft, gaan je portefeuille en je baan samen ten onder. Medewerkers van Fortis die een groot deel van hun vermogen in Fortis-aandelen hadden zitten, hebben dit in 2008 aan den lijve ondervonden.

Het concentratierisico bij actief beleggen is het kleinste van de vier. Als je één fondsbeheerder kiest om de markt te verslaan, leg je je resultaat in de handen van de beslissingen van één persoon, en daar krijg je geen extra voordeel voor. Dat geldt voor passief beleggen ten opzichte van actief beleggen. Het concentratierisico levert niets op, en door de hele wereld te beleggen in plaats van slechts een deel ervan, verdwijnt het.

Met één aankoop ben je meteen van vier van die risico’s af.

Bedrijfsspecifiek risico, sectorrisico, landenrisico en beheerdersrisico verdwijnen allemaal zodra je een indexfonds koopt dat de hele markt omvat. Je hoeft geen verkeerde aandelen te kiezen en je hoeft niet op een bepaalde beheerder in te zetten, want je bezit ze allemaal al.

Als je dat zelf in elkaar zet, moet je de fondsen uitkiezen, een effectenrekening openen en elk jaar je portefeuille herschikken. Via Curvo beantwoord je een paar vragen en krijg je een portefeuille met indexfondsen die meer dan 7.500 bedrijven omvatten. De jaarlijkse kosten beginnen bij 0,6%, wat meer is dan je zou betalen als je het zelf via een broker zou doen.

Gedragsrisico is het enige risico dat je zelf met je meebrengt

Gedragsrisico is het risico dat je tijdens een beurscrash verkoopt, stopt met inleggen of er helemaal nooit mee begint. Diversificatie kan hier niets aan veranderen, want het zit in jou en niet in je portefeuille.

Morningstar meet dit elk jaar. Uit het rapport ‘Mind the Gap 2025’, dat op 13 augustus 2025 is gepubliceerd, blijkt dat de gemiddelde dollar die in Amerikaanse beleggingsfondsen en ETF’s was belegd, in de tien jaar tot 31 december 2024 7,0% per jaar opbracht. Dat is 1,2 procentpunt per jaar minder dan de fondsen waarin die dollars zaten. Het verschil komt volledig door het moment en de omvang van de aankopen en verkopen van beleggers zelf.

Wat nog interessanter is, is wat die kloof groter maakt. Die werd groter naarmate beleggers meer handelden, en ook naarmate een fonds verder afweek van zijn index. De gegevens van Morningstar zelf wijzen dus duidelijk in de richting van minder handelen en het aanhouden van een breed indexfonds.

Je voornemen om je beter te gedragen is geen plan, want dat voornemen maak je op een rustige dag en wordt het op een vreselijke dag op de proef gesteld. Die beslissingen uit de weg ruimen werkt wel. Stel een automatische maandelijkse belegging in, zodat je die keuze maar één keer, van tevoren, hoeft te maken. Bekijk je portefeuille maandelijks of per kwartaal in plaats van dagelijks, want dan let je alleen maar op ruis. De beleggingsapp van je telefoon verwijderen telt als risicobeheer.

Gedragsrisico blijft bestaan. Je kunt het wel wegwerken, maar alleen door de beslissingen uit eigen handen te geven.

Het liquiditeitsrisico hangt af van wat je in bezit hebt, niet van het beleggen zelf

Liquiditeitsrisico is het risico dat je niet tegen een eerlijke prijs kunt verkopen wanneer je dat wilt, en het heeft te maken met wat je bezit, niet met beleggen in het algemeen. In de meeste lijstjes wordt het risico wel genoemd, maar wordt niet aangegeven wat het risico precies met zich meebrengt.

Dit geldt voor aandelen van kleine bedrijven, voor niet-beursgenoteerd vastgoed, voor gestructureerde producten met een vaste looptijd en voor weinig verhandelde niche-ETF’s. Wat deze allemaal gemeen hebben, is dat er op de dag dat je eruit wilt stappen misschien geen koper is, dus de prijs die je accepteert, is de prijs die iemand bereid is te betalen.

Aan de andere kant heb je een fonds met grote beursgenoteerde bedrijven. Aandelen van die bedrijven worden elke handelsdag op de beurs verhandeld, in grote hoeveelheden en tegen een openbare koers. Er is geen liquiditeitsrisico, en je voorkomt dat door te kiezen voor beursgenoteerde, veel verhandelde aandelen in plaats van niche- of niet-beursgenoteerde aandelen.

Het tegenpartijrisico hangt af van wie je geld beheert

Het tegenpartijrisico komt neer op één vraag: of je geld in handen is van je aanbieder en of die het kan verliezen. Of de aanbieder zelf in de problemen kan komen, is een aparte vraag, en die is van de twee het minst belangrijk.

Als een aparte bewaarder het geld beheert, staat het buiten de balans van de aanbieder. Het is geen eigendom van de aanbieder en kan niet worden gebruikt om de schuldeisers van de aanbieder te betalen. Bij Curvo is die bewaarder Stichting Noordnederlandse Beleggersgiro, en je kunt precies lezen hoe de bewaarder werkt en hoe je geld veilig wordt bewaard.

Ook binnen het fonds bestaat een variant van dit risico. Een synthetische ETF volgt zijn index via een swapcontract met een bank, waardoor er een tegenpartijrisico ten opzichte van die bank bestaat. Een fysieke ETF bezit de aandelen daadwerkelijk, dus daar is geen sprake van. Tegenpartijrisico is niet iets wat je zelf betaalt, en het wordt weggenomen door de manier waarop de rekening en het fonds zijn opgezet, niet door wat jij elke maand doet.

Valutarisico bestaat echt, en je ertegen indekken kost geld

Valutarisico is het risico dat de waarde van je portefeuille in euro’s verandert om redenen die niets te maken hebben met de bedrijven waaruit die portefeuille bestaat. Een wereldwijd fonds bestaat uit Amerikaanse, Japanse en Britse bedrijven, en die aandelen worden geprijsd in dollars, yen en ponden.

Dat het fonds in euro’s op Euronext Amsterdam wordt gekocht, verandert daar niets aan. Als de euro stijgt ten opzichte van de dollar, zijn diezelfde Amerikaanse beleggingen minder euro’s waard. Als de euro daalt, zijn ze meer waard. De bedrijven hebben in beide gevallen niets gedaan.

Sommige fondsen dekken dit risico af. Je herkent ze aan de vermelding „EUR Hedged” of „Currency Hedged” in de naam. Die bescherming is niet gratis: je betaalt hogere kosten, plus het renteverschil tussen de twee valuta’s, en die afdekkingskosten komen niet voor in het cijfer voor de lopende kosten van het fonds. Valutarisico blijft bestaan, en het is in principe weg te nemen, maar daar hangt wel een prijskaartje aan.

Het renterisico geldt voor je obligaties, niet voor je aandelen

Renterisico is het risico dat de obligaties die je al hebt in waarde dalen als de marktrente stijgt. Een nieuw uitgegeven obligatie keert de nieuwe, hogere rente uit, dus niemand wil die van jou nog voor de volle prijs hebben. Obligaties met een lange looptijd reageren hier veel sterker op dan obligaties met een korte looptijd.

Obligaties zorgen meestal voor stabiliteit in een portefeuille, en vaak stijgen ze als aandelen dalen. In 2008 boekten kwaliteitsobligaties winst terwijl de aandelenmarkten wereldwijd daalden. Maar in 2022 werd de grens duidelijk: de rente steeg zo snel dat zowel aandelen als obligaties daalden.

Het renterisico wordt, in beperkte mate, gecompenseerd door het rendement dat je ontvangt. Je kunt dit risico wegnemen door helemaal geen obligaties aan te houden. Daarmee ruil je het ene risico in voor het andere, want obligaties zitten juist in de portefeuille om de omvang van een eventuele koersdaling te beperken.

Kredietrisico is het risico dat de lener je geld niet terugbetaalt

Kredietrisico is het risico dat de overheid of het bedrijf waaraan je geld hebt geleend, je niet kan terugbetalen. Een obligatie is een lening, en een lening hangt af van de lener.

Obligatiehouders staan er bij een liquidatie van een bedrijf beter voor dan aandeelhouders, omdat een obligatiehouder een schuldeiser is en als eerste wordt uitbetaald. Ratingbureaus beoordelen het risico: AAA tot en met BBB valt onder de categorie ‘investment grade’, en alles onder BBB is ‘high yield’, ook wel ‘junk’ genoemd. High yield levert om voor de hand liggende redenen meer rente op.

Het kredietrisico wordt in feite gecompenseerd door het extra rendement dat een risicovollere kredietnemer biedt. Je kunt dit risico grotendeels wegnemen door aan duizenden emittenten tegelijk te lenen in plaats van aan één, en dat is precies wat een breed opgezette obligatiefonds doet.

Het marktrisico kun je instellen met een schuifregelaar, die loopt van 100% aandelen tot 15%.

De verhouding tussen aandelen en obligaties is wat het verschil maakt. Bij Curvo bestaat de Growth-portefeuille voor 100% uit aandelen, de Energetic-portefeuille voor 70/30, de Smooth-portefeuille voor 50/50, de Calm-portefeuille voor 30/70 en de Protective-portefeuille voor 15/85.

Je kiest niet zomaar op basis van een ingeving uit die lijst. Als je je aanmeldt, wordt je via een korte vragenlijst gevraagd hoe lang je wilt beleggen en hoe je zou reageren op een koersdaling, waarna je wordt gekoppeld aan een van de portefeuilles. Meer obligaties zorgen voor minder schommelingen, maar gaan ten koste van je verwachte rendement. Die afweging is aan jou, en het is de moeite waard om daar bewust over na te denken.

Het inflatierisico is het risico dat je loopt als je niets doet

Inflatierisico is het risico dat je loopt als je je geld op een spaarrekening laat staan in plaats van het te beleggen. Je saldo verandert niet, dus het lijkt alsof er niets gebeurt. Wat er wel gebeurt, is dat je elk jaar minder kunt kopen voor hetzelfde bedrag.

De Belgische cijfers maken het duidelijk. Tussen 2003 en 2025 bedroeg de inflatie in België gemiddeld 2,45% per jaar, gemeten aan de hand van de geharmoniseerde index van de consumentenprijzen van Eurostat. In diezelfde periode lag de gemiddelde rente op een gereguleerde Belgische spaarrekening op 0,83%, volgens het overzicht van de bankrente van de Nationale Bank van België dat door de Europese Centrale Bank is gepubliceerd. In 84% van die maanden was de inflatie hoger dan die rente.

Oktober 2022 was echt het toppunt. De Belgische inflatie schoot boven de 13% uit, terwijl de spaarquote er maar moeizaam achteraan kroop. Het geld op die rekeningen was volkomen veilig. De koopkracht ervan was dat niet, en dat is precies wat inflatie jaar na jaar stilletjes met je spaargeld doet.

Het inflatierisico is onvermijdelijk, en je draagt het of je nu belegt of niet. Je kunt het niet wegwerken. Je kunt het wel voorblijven, en dat is precies de reden waarom het de moeite waard is om marktrisico te nemen.

Het risico dat op geen enkele lijst staat, is het risico dat je niet investeert

Het grootste risico van een spaarrekening is niet dat het geld verdwijnt. Het is dat het te langzaam groeit om het doel te halen waarvoor je aan het sparen was.

Dat is een heel ander probleem dan inflatie. Inflatie betekent dat je koopkracht verliest. Dit is een doel dat je niet hebt gehaald: later met pensioen gaan dan je had gewild, je kinderen minder helpen dan je had gehoopt, of minder mogelijkheden hebben op het moment dat je die het hardst nodig hebt.

Niet beleggen voelt veilig, omdat het bedrag op je rekening nooit daalt. Maar de keuze om alles in contanten te houden is nog steeds een beslissing over risico, en dat is er een die je stilletjes neemt. Als je sparen en beleggen over een paar decennia met elkaar vergelijkt, zie je het snelst wat die beslissing je kost.

Welke beleggingsrisico’s zijn het waard om te nemen?

Er is maar één risico waar je voor betaalt, en dat is het marktrisico. De meeste andere risico’s verdwijnen helemaal zodra je stopt met het uitkiezen van aandelen, sectoren, landen en beheerders, en zodra je stopt met het nemen van beslissingen midden in een beurscrash. Wat overblijft, is ofwel een eigenschap van wat je hebt gekozen om aan te houden, zoals valuta- en liquiditeitsrisico, ofwel de prijs van de stabiliteit waar je om hebt gevraagd, zoals het renterisico op je obligaties.

De lijst die de banken publiceren is niet verkeerd. Er staat geen rangorde in, en juist zo’n lijst zonder rangorde zorgt ervoor dat mensen dertig jaar lang op hun spaarrekening blijven zitten. Als je alle tien risico’s even beangstigend vindt, leidt dat tot het enige risico dat niemand op de lijst zet: toekijken hoe je koopkracht afneemt terwijl je wacht tot je er klaar voor bent.

De belangrijke vraag is hoeveel marktrisico past bij de tijd die je hebt. Een 25-jarige die spaart voor zijn pensioen en een 55-jarige die over drie jaar een huis wil kopen, zouden niet dezelfde portefeuille moeten hebben, en geen van beiden hoeft dat alleen uit te zoeken. Bij Curvo word je bij het aanmelden aan de hand van een paar vragen gekoppeld aan een portefeuille die is afgestemd op jouw tijdshorizon, en daarna wordt je maandelijkse inleg automatisch geregeld.