Je spaargeld beleggen was nog nooit zo makkelijk. Een portefeuille met ETF’s die een stukje van de hele wereldeconomie omvat, in tien minuten op een zondagmiddag opgezet via Curvo of een broker. Maar drie jaar nadat De hangmatbelegger een hele generatie Belgen had overgehaald om te beginnen, kwamen de auteurs erachter dat beginnen nog het makkelijke deel was. Blijven beleggen door twee decennia heen, met verhuizingen, kinderen krijgen en het nieuws volgen – daar wordt het geld gewonnen of verloren. Die kloof is de reden waarom Hangmatbelegger voor het leven bestaat.
Het is het tweede boek van Yoran Brondsema, medeoprichter van Curvo, en Tim Nijsmans, dat sinds augustus 2026 te koop is. We hebben Yoran er zes vragen over gesteld. Dit is de tweede keer dat we onze eigen medeoprichter hebben geïnterviewd.
Je eerste boek leert je al alles wat je moet weten om te beginnen met beleggen in ETF’s. Waarom zou je dan nog een tweede schrijven?
Het begin bleek het makkelijke deel te zijn.
Toen ik De hangmatbelegger af had, zei ik tegen mezelf dat ik er nooit meer een zou schrijven. Hetzelfde zeg ik ook in het dankwoord van dit boek.
Toen begonnen de e-mails en DM’s binnen te komen. Die waren niet van mensen die vroegen hoe ze moesten beginnen. Ze waren van mensen die al begonnen waren en die vroegen of ze het nog steeds goed deden. We hebben 164 van die vragen verzameld en het tweede boek daar omheen opgebouwd.
Tegen die tijd was het eerste boek duidelijk een hit geworden. Van Dale riep ‘hangmatbeleggen’ uit tot Woord van het Jaar 2024 in Vlaanderen en gaf het woord een vaste plek in het woordenboek. Hangmatbeleggen is het Nederlandse woord geworden voor passief beleggen. Je bezit via brede ETF’s een heel klein stukje van elk beursgenoteerd bedrijf, en neemt daarna zo min mogelijk beslissingen. Private banks schreven interne briefings om hun adviseurs te leren hoe ze moesten omgaan met klanten die ons hadden gelezen. Niemand hoefde er nog van overtuigd te worden dat passief beleggen beter is dan zelf fondsen uitkiezen. Wat niemand had opgeschreven, was het deel dat daarna komt.

Waar lopen lezers eigenlijk tegenaan?
Het gaat bijna nooit om de techniek. Het gaat om het gedrag.
Bijna niemand schrijft om te vragen welke ETF hij moet kopen. Ze vragen of ze eruit moeten stappen tot de oorlog voorbij is, of ze moeten wachten op een dip, of een portefeuille die na zes maanden 8% in waarde is gedaald betekent dat ze de verkeerde keuze hebben gemaakt. Twee denkwijzen richten de meeste schade aan.
De eerste is ‘outcome bias’, wat betekent dat je een beslissing beoordeelt op basis van hoe het uiteindelijk is uitgepakt. Een lezer schreef dat zijn rendement ronduit teleurstellend was, dat hij niet eens het spaarrendement haalde, en dat hij ermee zou stoppen als er niet snel iets zou veranderen. Kort daarna verkocht hij zijn aandelen. Zijn timing was pech. Zijn beslissing om te beginnen was niet verkeerd.
Dan is er nog de ‘recency bias’. Wat de laatste tijd goed heeft gepresteerd, begint steeds meer op de toekomst te lijken. In 2023 vroegen lezers waarom onze modelportefeuilles niet voor 100% uit de S&P 500 bestonden. In 2026 klaagden ze dat wereld-ETF’s te veel in de VS beleggen.
Samen zorgen ze voor de ‘behaviour gap’, oftewel het rendement dat we mislopen door onze gedragsvooroordelen. Volgens Morningstar’s ‘Mind the Gap 2025’ bedraagt dit 1,2% per jaar voor de gemiddelde dollar in Amerikaanse fondsen en ETF’s over de tien jaar tot december 2024. De uitsplitsing is belangrijker dan het gemiddelde. Sectorfondsen verloren hierdoor 1,5% per jaar. All-in-one-fondsen, die brede fondsen die de assetallocatie voor je regelen, verloren slechts 0,1%. Hoe eenvoudiger en breder het fonds, hoe meer van het rendement de beleggers daadwerkelijk overhouden.
Dus waar moet je dan beginnen?
Met een portefeuille die gespreid is over de hele wereldeconomie, en alleen geld dat je de komende jaren niet nodig hebt.
Saai zijn is juist de bedoeling, geen compromis. Voor iemand die net begint, zijn twee dingen belangrijk.
Ten eerste is er de volgorde waarin je dingen aanpakt. Bouw eerst een noodfonds op, zet daarna het geld opzij voor doelen die binnen een paar jaar haalbaar zijn, en beleg vervolgens wat er overblijft voor de lange termijn. De eerste fase van je volwassen leven is de duurste: een woning, een bruiloft, kinderen, een verbouwing die meer kost dan de offerte. Het ergste wat een langetermijnbelegger kan overkomen, is gedwongen worden te verkopen terwijl de markt in een dip zit.
Het tweede is om de hele wereld in je portefeuille te hebben in plaats van alleen het deel dat je herkent. Een BEL 20-tracker voelt voor een Belg veiliger omdat je de namen kent, maar die omvat minder dan 0,3% van alle beursgenoteerde bedrijven ter wereld en laat sectoren buiten beschouwing waar België nauwelijks in vertegenwoordigd is, zoals software en luxegoederen. Een wereld-ETF omvat het allemaal. Daarna is de enige echte beslissing die je nog moet nemen hoeveel van je portefeuille in aandelen zit en hoeveel in obligaties, en dat hangt af van wanneer je het geld nodig hebt en hoeveel verlies je kunt verdragen. Het gaat om jou, niet om de markt.
Hoe betrek je kinderen bij je beleggingen?
De financiële opvoeding is belangrijker dan de rekening.
Maak geld eerst begrijpelijk voordat je het technisch maakt. Een kind snapt best dat een wereldwijde ETF ervoor zorgt dat het een heel klein aandeelhouder is van het bedrijf dat zijn telefoon, zijn sportschoenen en zijn films maakt. Als je een portefeuille voor hem of haar beheert, bekijk die dan eens per jaar samen. Het is niet de bedoeling om er een daghandelaar van te maken.
En dan het lastige deel. In België is het lastig om op naam van je kind te beleggen. Er zijn maar weinig platforms die dit aanbieden. Ouders worden vaak weggeleid naar veilige of dure bank- en verzekeringsproducten, waarbij 2% per jaar aan kosten stilletjes een groot deel van de groei over achttien jaar opslokt. Voor een grote opname van de rekening van een minderjarige is soms toestemming nodig van de vrederechter, de lokale rechter die het vermogen van het kind bewaakt. En op zijn of haar achttiende verjaardag krijgt je kind volledige toegang, of dat nu het juiste moment is of niet.
Dus investeren Tim en ik allebei op eigen naam, met een aparte portefeuille per kind. Naast die van mezelf heb ik er een voor mijn dochter en een voor mijn neefje. Dat is goedkoper, en we bepalen zelf wanneer het geld wordt overgemaakt. Beide manieren hebben hun voor- en nadelen.
Voor een jongvolwassene werkt evenveel bijleggen beter dan een preek. Als ze hun eerste salaris krijgen, bied dan aan om hetzelfde bedrag in te leggen als zij, en koop met het totaalbedrag een wereld-ETF. Dat lost het moeilijkste probleem op, namelijk de eerste stap zetten.

En tegen het einde: met pensioen gaan, en het stokje doorgeven?
Met pensioen gaan is niet de dag waarop je alles verkoopt.
De jaren vlak voor en vlak na je pensioen zijn het gevaarlijkst. In het boek wordt die periode ‘het kwetsbare decennium’ genoemd. Een beurscrash op je 67e, met een volle beleggingsportefeuille en net begonnen opnames, richt blijvende schade aan, omdat je dan gedwongen bent te verkopen. Dezelfde crash op je 85e, waarbij het staatspensioen in je basisbehoeften voorziet, heeft meestal geen blijvende gevolgen. Je moet vooral rond je pensioendatum voorzichtig zijn, niet gelijkmatig verspreid over de rest van je leven.
Uitgaven die je van tevoren kunt zien aankomen, vragen om een eigen potje. Als je van plan bent om in je eerste pensioenjaar met een camper door Europa te reizen, moet dat geld al jaren voordat je stopt met werken veilig opgeborgen staan – en niet in aandelen-ETF’s die je moet verkopen, ongeacht hoe de markt die week presteert. Obligaties leveren minder op, maar zijn wel voorspelbaarder. Dat is de afweging die je maakt.
De oude vuistregel luidt: houd 100 min je leeftijd aan in aandelen, dus 35% als je 65 bent. Die regel stamt uit een tijd waarin mensen jonger stierven en obligaties meer opbrachten. Iemand die vandaag op zijn 65e stopt met werken, kan nog wel dertig jaar leven, en zo’n defensieve portefeuille houdt over zo’n lange periode geen gelijke tred met de inflatie. Denk dus in potjes in plaats van in één getal. Verdeel het geld op basis van waar elk deel voor bedoeld is: de basisbehoeften, de eerste jaren van extra uitgaven, het potje dat je nog laat groeien voor de lange termijn, en het deel dat je kinderen waarschijnlijk zullen erven. Dat laatste potje heeft hun tijdshorizon, die makkelijk dertig of veertig jaar kan zijn. Voor dat geld is je leeftijd een slechte maatstaf.
Het laatste punt is precies wat mensen vaak overslaan. In de meeste huishoudens is één van de partners de CFO. Die kent de inloggegevens, de rekeningen en weet waarom elke belegging erin zit. Dat werkt, totdat het niet meer werkt. Een portefeuille met één of twee brede ETF’s is makkelijk uit te leggen en makkelijk door iemand anders voort te zetten. Wat je wilt voorkomen, is dat je familie in paniek alles verkoopt omdat niemand meer weet waarvoor het bedoeld was.
Voor wie is Hangmatbelegger voor het leven bedoeld?
Iedereen die iets al heeft en dat over twintig jaar nog steeds wil hebben, of je het eerste boek nu wel of niet hebt gelezen.
Voor dit vervolg hoef je De hangmatbelegger niet gelezen te hebben. Het gaat uit van een lezer met een beleggingsportefeuille en een leven dat daar omheen speelt: een partner, een hypotheek, kinderen, een carrière die verandert, en een pensioendatum ergens in het verschiet. Als je nog niet begonnen bent, helpt een van deze boeken je op weg, en het interview dat we over het eerste deel hebben gedaan, behandelt die helft van het verhaal.
Ik heb samen met Tim Nijsmans het boek Hangmatbelegger voor het leven geschreven. Lannoo heeft het in augustus 2026 uitgegeven. Het Laatste Nieuws schreef erover in verband met vijf momenten in het leven waarop een passieve belegger in actie moet komen, en Robin Boone heeft het boek stuk voor stuk besproken in zijn Fintastisch-podcast. Je kunt het bestellen op dehangmatbelegger.be.

Blijven beleggen is de keuze die loont
De keuze voor je beleggingsportefeuille is een beslissing die je maar één keer neemt. Het aanhouden ervan is een beslissing die je dertig jaar lang elk jaar opnieuw neemt, ook tijdens een beurscrash, een verbouwing, de komst van een baby en je pensioen. In die tweede beslissing zit het geld.
De cijfers laten hetzelfde zien. Beleggers in brede alles-in-één-fondsen lieten 0,1% per jaar liggen door hun eigen timing, terwijl beleggers in sectorfondsen 1,5% lieten liggen. Een portefeuille waar je nauwelijks aan denkt, is er een die je in het twaalfde jaar nog steeds aanhoudt, en daar komt die ontbrekende 1,4% vandaan.
Kies dus iets dat saai genoeg is om eraan vast te houden, zelfs als het slecht nieuws is, en zorg dat je nooit meer hoeft te beslissen over de maandelijkse storting. Met Curvo kost het maar een paar minuten om dat in te stellen. De rest, voor de komende dertig jaar, staat in het boek.